Reynders bevestigt minder besparingen

De besparingen bij de Munt, Bozar en het Nationaal Orkest zullen wel degelijk minder fors zijn dan oorspronkelijk was aangekondigd. "Er is echt een culturele uitzondering", bevestigde bevoegd vicepremier Didier Reynders (MR) vandaag in de Kamer. Daardoor komen er geen besparingen op de personeelskosten bij de federale culturele instellingen en zullen de lineaire inspanningen op de werkingskosten lager uitvallen, luidde het. 

Minister Reynders (MR) kondigde eerder deze week aan dat de grote federale kunstinstellingen de helft minder moeten besparen dan ze hadden gevreesd. Hij voerde daarvoor de "culturele uitzondering" aan. Staatssecretaris voor Wetenschapsbeleid Elke Sleurs (N-VA) merkte evenwel op dat Reynders' voorstellen niet door de ministerraad waren goedgekeurd en dat zijn uitspraken voor eigen rekening waren.

"Een staatssecretaris die vicepremier Reynders tot de orde roept. We gaan van uitzondering naar uitzondering met deze regering", stelde Olivier Maingain (FDF) tijdens het wekelijkse vragenuurtje, waar Reynders verschillende vragen kreeg over de schijnbare tegenstelling.

Maingain waarschuwde wel dat het gaat om federale instellingen, dus dat de financiering ook federaal moet gebeuren. Beliris - een fonds voor Brussel - daarvoor aanwenden, kan voor Maingain niet.

"Er is geen verschil in interpretatie", verzekerde de liberale vicepremier in zijn antwoord. Hij bevestigde dat er een culturele uitzondering bestaat en dat de eerder door hem geciteerde cijfers exact zijn. Reynders friste ook Maingains geheugen op door eraan te herinneren dat de renovatie van de ateliers van de Munt ook gebeurde via Beliris en dat de Rubens-tentoonstelling in Bozar deels met geld van de Vlaamse gemeenschap tot stand kwam.