Filip bezoekt onze 'WO I-hoofdstad'

Koning Filip is zaterdag omstreeks 10.00 uur aangekomen op een vliegveld nabij het Franse Le Havre om er de herdenking van de Eerste Wereldoorlog bij te wonen. De Belgische regering van Charles de Broqueville was naar de Franse badplaats Sainte-Adresse gevlucht kort na het uitbreken van de oorlog in 1914. Ze zou er vier jaar in ballingschap verblijven. Het Normandische stadje mocht zich vier jaar lang "de hoofdstad van België" noemen.

Na de val van Antwerpen vroeg de regering van premier de Broqueville op 10 oktober 1914 aan de Franse overheid om onderdak te krijgen in Frankrijk. President Poincaré wees Sainte-Adresse nabij Le Havre aan als toevluchtsoord. De Fransen benadrukten dat de Belgische regering er "haar volle rechten en totaal gezag mocht uitvoeren."

Twee boten

Op 13 oktober 1914 arriveerden vanuit Oostende twee boten met de Belgische regeringsleden, hun gezinnen, hun administraties, rijkswachters en een uitgebreid corps diplomatique, in totaal meer dan 1.000 mensen.

De Belgen zouden in de Normandische badplaats een eigen post- en telegraafkantoor, een autoherstelplaats, een school en zelfs een wapenfabriek inrichten.

Koning-ridder

Koning Albert I zelf is nooit in Sainte-Adresse geweest. De "koning-ridder" bleef op post aan het IJzerfront in De Panne. Premier de Broqueville pendelde tussen het Franse Sainte-Adresse en het Belgische De Panne om de staatszaken te regelen.

Koning Filip woont zaterdag de herdenking van deze bijzondere en weinig gekende episode van de Belgische ballingschap in Frankrijk uit WO I bij. Hij zal onder meer een herdenkingsplaat onthullen ter ere van de Frans-Belgische vriendschap en bloemen neerleggen bij het standbeeld van koning Albert I.

Het bezoek eindigt zaterdagnamiddag met een airshow boven het strand van Sainte-Adresse.