1 op de 10 hardrijders is buitenlander

Vorig jaar zijn in ons land 281.320 bestuurders met een buitenlandse nummerplaat geflitst. Daarmee is één op de tien hardrijders een buitenlander. Mobiliteitsorganisatie Touring vraagt dan ook om meer anonieme politievoertuigen die hardrijders meteen aan de kant zetten, omdat buitenlanders vaak hun opgestuurde boete niet betalen. Dat schrijft Het Nieuwsblad.

Met 35 procent van de buitenlandse boetes zijn het vooral de Fransen die in ons land een zware voet hebben. Maar ook Nederlanders, Duitsers, Polen en Luxemburgers laten zich gelden op onze wegen. "Niet toevallig allemaal landen waar de maximumsnelheid bij droog weer op 130 kilometer per uur of meer ligt. Voor hen is 130 rijden een gewoonte. Als ze dan even door België rijden, vergeten ze dat de limiet hier op snelwegen 120 is”, zegt Benoit Godart, woordvoerder van het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid (BIVV).

Het BIVV sluit ook niet uit dat buitenlandse bestuurders ons gedrag imiteren. “Alle Belgen samen verzamelen jaarlijks zo'n 3 miljoen snelheidsboetes. Dat is onaanvaardbaar veel. Buitenlanders kunnen redeneren: als iedereen hier zo hard rijdt, waarom wij dan ook niet?” zegt Godart.

Niet betalen
De snelheidsboetes door buitenlandse bestuurders zou ons land minstens 14 miljoen euro moeten opbrengen. “Maar dan moeten de overtreders wel betalen”, klinkt het bij Danny Smagghe van mobiliteitsorganisatie Touring. “Uit onderzoek blijkt dat wie eenmaal de landsgrens oversteekt, de verkeersregels wat losser hanteert. Je denkt dat die snelheidsboete toch niet tot bij jou in de bus geraakt. Daarom zijn in ons land dringend meer anonieme politievoertuigen nodig. Die kunnen buitenlandse hardrijders meteen aan de kant zetten. Alleen zo geef je een signaal dat hardrijden in België niet kan.”

Door een nieuwe maatregel van Justitie, die sinds begin juli van kracht is, krijgen buitenlandse overtreders een pv in hun eigen landstaal in de bus. Ze kunnen ook via de website www.verkeersboeten.be hun snelheidsovertreding betalen. Op die manier hoopt de regering meer betalingen binnen te krijgen.