"Alles rond intercommunales in kaart brengen"

Video: "Alles rond intercommunales in kaart brengen"
"Alles rond intercommunales in kaart brengen"
Uw video is aan het laden...

Vlaams minister voor Binnenlandse Aangelegenheden Liesbeth Homans (N-VA) wil alle structuren rond de intercommunales in kaart brengen. Dat zegt ze in een gesprek met VTM NIEUWS, als reactie op de PubliPart-affaire in Gent.

Na het Publifin-schandaal in Wallonië barstte gisteren ook een Publi-schandaal los in Vlaanderen. Twee Gentse schepenen, Christophe Peeters (Open Vld) en Tom Balthazar (sp.a), zetelen in het bestuur van nv PubliPart. Die nv is gelinkt aan Publifin en rechtstreeks gelinkt aan de werking van intercommunales.

Vlaams minister Homans, bevoegd voor de intercommunales, liet vorige week al verstaan dat wantoestanden niet kunnen. Maar ze wil ook puntjes op de i zetten: “PubliPart is geen intercommunale. We hebben hier al heel strenge regels in Vlaanderen voor die intercommunales: 205 euro per zitting, niet meer dan drie zitjes combineren, effectief aanwezig zijn, …” somt Homans de regels op.

Geen greep op
Maar het feit dat PubliPart geen intercommunale is, legt meteen ook de vinger op de wonde. “Er zijn sinds de vrijmaking van de energiemarkt heel wat onderlinge structuren gemaakt tussen de intercommunales. Die hebben een andere rechtspersoonlijkheid en vallen dus niet onder de regels van de intercommunales. Ik heb er dus geen greep op”, verklaart ze.

Risico
Toch wil Homans ingrijpen: “We hebben al de strengste regels, maar nu moeten we de onderliggende structuren van de intercommunales in kaart brengen en bekijken hoe we daar als overheid ook zicht op kunnen krijgen.” Wat meteen ook een risico inhoudt, volgens Homans: “De strengere regels moeten overal gelden. Als we ze enkel in Vlaanderen invoeren, dan gaan die nv’s gewoon naar Brussel of Wallonië.”

Vallen de intercommunales nog te redden, na de voorbije schandalen? “Ik vind dat ze net goed werk leveren. Er zijn te veel kleine gemeenten in Vlaanderen die niet alles alleen kunnen doen. Als je dan kan samenwerken, is dat goed. Maar ze moeten zich wel richten op de kerntaken”, besluit Homans.