Champions League 2.0

Volgende week begint de Champions League, de 25ste editie al. Een verzameling topclubs vindt dat het tijd is om nog eens aan de samenstelling van de hoofdtabel met 32 clubs te rommelen. Vanaf het seizoen 2018/’19 is de top vier uit Spanje, Engeland, Duitsland en Italië, de vier sterkste landen op de UEFA-ranking, rechtstreeks geplaatst voor de groepsfase van de Champions League. Is er dan nog plaats voor de kleine(re) landen in die Champions League? Eigenlijk wel en dat ondanks een flinke toegeving aan de West-Europese topclubs. Vooral de Italianen zullen hiervan profiteren. Tenzij ze ooit uit de top van de ranking tuimelen.

Het nieuwe selectiesysteem wordt pas in december uit de doeken gedaan maar een en ander wordt al duidelijk omdat een paar decision makers informatie hebben gelost. Zo zei Karl-Heinz Rummenigge dat het pad voor de kampioenen blijft bestaan. Nu is dat de aanloop voor de kleine landen waarna acht van hen in augustus spelen voor een plaats in de groepsfase. Alle landskampioenen vanaf plaats 13 tot helemaal onderaan op de ranking kunnen op die manier in de hoofdtabel geraken. Veel kandidaten voor vijf plaatsen, dat wel. Maar dat is vandaag niet anders. Waarom daar dan niet 6 van maken? Ook al wil Rummenigge er zelf vier van maken.

We durven te veronderstellen dat de kampioenen van de acht landen die op de ranking op plaats 5 tot en met 12 staan, zoals dat nu al het geval is, ook rechtstreeks geplaatst zijn. En dat de Europa League- en de Champions League-winnaar uit één of twee van de top vier landen komen. Nog eens durven: dat zou die landen géén vijfde deelnemer aan de groepsfase mogen opleveren. Die hebben al genoeg gekregen. Vinden wij… In dat geval kan de kampioen van de nummers 13 en 14 op de UEFA-ranking ook rechtstreeks naar de groepsfase. 16 + 6 + 8 + 2 = 32. De rekening klopt.

Dan zou dit zomaar de hoofdtabel voor 2018/2019 kunnen zijn: Barça, Real, Atlético en Valencia – Chelsea, Spurs, United en City – Bayern, Dortmund, Gladbach en Leverkusen – Juventus, Inter, Roma en Napoli. Die 16 worden aangevuld met de kampioenen uit: Frankrijk, Rusland, Portugal, Oekraïne, België, Turkije, Tsjechië, Zwitserland, Kroatië en Griekenland. Via het kampioenenpad komen er nog 6 bij. Dat kunnen de titelhouders uit  Nederland, Roemenië, Oostenrijk, Wit-Rusland, Zweden en Polen zijn. Zoals het systeem hier uitgelegd wordt, zijn we zeker van 20 kampioenen en 12 niet-kampioenen uit Spanje, Duitsland, Engeland en Italië.

De grote winnaar van de vernieuwing zijn de Italiaanse topclubs. De grote verliezers zijn de clubs uit Portugal, Frankrijk, Rusland en Oekraïne. Die geraakten de voorbije vijf seizoenen met een zekere regelmaat nog met twee of zelfs drie in de groepsfase. Voor de vice-kampioenen van de landen die niet in de top vier staat is er geen plaats meer. Hiervan profiteerde meestal een Portugese, een Franse, een Russische en een Oekraïense ploeg.   

Voor de kleinere landen, vanaf België in de simulatie op plaats 9 of 10 in de ranking, verandert er eigenlijk weinig of niks. De echte kleintjes moeten dus geen schrik hebben van de vernieuwing.

1 keer gelezen