Mijn buurvrouw en Axel Witsel

Voetbaljournalist -en commentator Dirk Deferme introduceert het 'Zeer Kort Verhaal' in de voetbalschrijverij. Dit keer schrijft hij over het box-to-box-potentieel van Axel Witsel.

Ze staat op de stoep naast de emmer met daarin duidelijk meer javel dan water. Van kort voor het weekend is ze terug van vakantie. Ik heb mijn buurvrouw niet gemist maar ik heb wel aan haar gedacht. Voor heel veel dingen is zij mijn weervrouw. Ze zit binnen of ze staat buiten. Ze wil erover praten of ze zit te kniezen. Ze ziet me en ze heeft al een vraag. Hoge druk dus. “Ik heb gelezen dat Spanje zoveel beter was en dat Steven weer bij de selectie is.” Steven is Steven Defour, de middenvelder van Burnley. “Hij heeft niet gespeeld,” zeg ik. Ze legt uit dat ze verwacht dat hij dan binnenkort zijn kans wel zal krijgen. Hij heeft karakter. Hij én Fellaini en Nainggolan.

’s Avonds tegen Cyprus speelt alleen Fellaini van haar drietal. Ik vind Witsel van alle Belgische spelers met box-to-box-potentie de enige die altijd moet spelen. 79 selecties, 76 caps. Vandereycken, Vercauteren, Advocaat, Leekens, Wilmots, Martinez: Witsel speelt. Bondscoaches weten waarom maar aan mijn buurvrouw krijg ik het nooit uitgelegd.

’s Morgens staat ze naast haar fiets. “Goedemorgen.” Wij zijn in onze straat altijd vriendelijk voor elkaar. “0-3,” zeg ik. Haar man komt naar buiten met de fietspomp. Hij knikt. Hij zegt niks. Zij zegt: “Het was toch saai? Die Witsel die is nog bleker dan Simons vroeger. Allez, niet letterlijk.” En ze lacht. Ik loop naar mijn auto en kijk nog even om. Ze staan samen over de fiets gebogen. Cyprus-België is alweer ver weg. “Niet te hard oppompen, Roland.” Het klinkt niet bazig. Ze weet gewoon wat ze wil.    

1 keer gelezen