Quick-Step stelt nieuwe ploeg voor

"Scoren van januari tot eind oktober. Dat is ook de ambitie van Quick-Step Floors in 2017", vatte manager Patrick Lefevere samen. "Zo hebben we dat de voorbije jaren ook gedaan. Aanvallend koersen en onze trui tonen in de wedstrijden." 

Etixx-Quick Step eindigde het seizoen 2016 op een zevende plaats in de UCI-ranking, iets minder hoog dan het seizoen 2015 waar ze als vierde finishten, maar het team behaalde wel het meeste aantal overwinningen (57), ééntje meer dan het jaar voordien. "Waaronder negen ritten in de grote rondes en ook het WK ploegentijdrit", aldus manager Patrick Lefevere. "Voor het vijfde jaar op rij waren we de ploeg met de meeste zeges. Dat zijn indrukwekkende getallen die me blij en trots maken, maar ons ook de motivatie geven om nieuwe hoogtepunten te behalen in het komende seizoen."

Nieuwe ploegnaam

Voortaan gaat de ploeg door het leven als Quick Step Floors. In de transferperiode zag het team negen renners andere oorden opzoeken, onder meer kopman Tony Martin, maar ook Stijn Vandenbergh, Gianni Meersman (intussen gestopt door hartproblemen) en Nikolas Maes. Acht nieuwkomers zijn er in het team, met Philippe Gilbert als grootste naam. Maar ook bijvoorbeeld Dries Devenyns keert terug naar de oude stal. Hij boekte vorig jaar maar liefst vijf van zijn totaal van zes profoverwinningen bij zijn team IAM Cycling, dat er eind vorig jaar mee ophield.

De ploeg telt 29 renners, uit 13 landen. "Het is een mix tussen ervaren en jonge krachten, de gemiddelde leeftijd ligt rond de 27 jaar", verduidelijkt Lefevere. "We kijken erg uit naar de 15e jaargang van de ploeg, het wordt een belangrijk hoofdstuk voor het team en de ambitie is groot, net zoals de voorbije jaren." Uithangborden zijn Tom Boonen, alvast nog tot Parijs-Roubaix, Fernando Gaviria, die zich verder wil ontplooien op de weg en zijn statuut van topsprinter wil bevestigen, de Duitse sprinter Marcel Kittel, Julian Alaphilippe en Daniel Martin.

Kansen voor jongeren

Voor de Ardense klassiekers en voor het klassieke voorjaar kan de ploeg terugvallen op een zeer brede kern met Boonen, Terpstra, Stybar, Lampaert, Devenyns en Gilbert, kopmannen bij de vleet dus. Voorts wil de ploeg jonge talenten, zoals Petr Vakoc, winnaar van de Brabantse Pijl van 2016, en landgenoot Laurens De Plus verder laten ontbolsteren en geeft het kansen aan jonge nieuwkomers zoals de Fransman Rémy Cavagna, Enric Mas en Maximillian Schachman, Duits tijdritkampioen bij de beloften en twee keer goed voor zilver in het tijdrijden bij de beloften op het WK. "We zijn het jaar alvast goed gestart met de nationale titel tijdrijden in Nieuw-Zeeland voor Jack Bauer", klonk het trots. 

Vorig jaar behaalde de ploeg geen zege in een grote voorjaarklassieker, maar was er wel winst in de Scheldeprijs met Marcel Kittel en in de Brabantse Pijl met Vakoc. De kers op de taart ontbrak echter. "Daar hebben we gefaald", klonk het onomwonden bij Lefevere. Maar ik ben nog altijd heel trots op hoe we die koersen hebben gereden, hoe we geknokt hebben om jongens zoals Sagan terug te proberen halen. We hebben gevochten en ik ben ervan overtuigd dat het dit jaar minder gemakkelijk zal zijn om ons te lossen in de voorjaarsklassiekers." 

De ploeg wil scoren van januari tot oktober, zal in totaal 375 (!) wedstrijddagen tellen en aanwezig zijn op vijf continenten om te koersen. "Scoren van het begin tot het eind van het jaar", dat is de ambitie", besluit Lefevere.