Zo kwam oermens Lucy aan haar einde

Lucy, een van de beroemdste oermensen, is 3,18 miljoen jaar geleden vermoedelijk om het leven gekomen door een val uit een boom. Wetenschappers hebben op haar fossiele resten immers verschillende beenderbreuken gevonden, die sterke gelijkenissen vertonen met de verwondingen die mensen bij een val van grote hoogte oplopen. Dat blijkt uit een onderzoek dat verschenen is in het magazine Nature. De wetenschappers zien dat als een aanwijzing voor de hypothese dat de soort ook in bomen leefde.

Het voor veertig procent volledige skelet van de Australopithecus afarensis werd in 1974 in Ethiopië door Amerikaanse wetenschappers ontdekt. De fossielen behoren tot de oudste en meest volledige resten van een vermoedelijke menselijke voorouder. Maar de ontdekking van Lucy, die haar naam overigens dankt aan de Beatles-song 'Lucy in the sky with diamonds', was vooral van belang omdat de bouw van haar skelet aantoonde dat de mensachtigen toen al rechtop liepen.

Val van grote hoogte
Er bestond wel nog altijd onduidelijkheid over de vraag of de Australopithecus afarensis daarnaast ook nog in bomen leefde. Maar een team wetenschappers, onder leiding van John Kappelman van de Universiteit van Texas in Austin, heeft nu misschien meer klaarheid daarover gebracht. Ze ontdekten dat Lucy op meerdere plaatsen breuken had opgelopen, onder meer aan de bovenarm, het dijbeen, het schouderblad, het bekken en een rib. Ze konden door een vergelijking met andere fossielen ook aantonen dat de breuken niet in de loop van de miljoenen jaren na de dood van Lucy ontstonden, maar wellicht net haar dood veroorzaakten.

De verwondingen wijzen op een val van grote hoogte. "Onze hypothese is dat Lucy haar arm heeft gebruikt bij een poging om haar val te breken", zegt Kappelman. Volgens zijn berekeningen ging het wellicht om een val van meer dan twaalf meter. "De dood is snel ingetreden."

In de bomen?
Vermoed wordt nu dat Lucy en haar soortgenoten nog deels in bomen leefden, om voedsel te zoeken en om 's nachts beschutting te vinden. De wetenschappers speculeren ook dat die combinatie net tot de ondergang van de Australopithecus afarensis leidde: de aanpassingen die hen toelieten om rechtop op de grond te lopen, maakten hen wellicht minder geschikt om in bomen te klauteren.

"Het is ironisch dat het fossiel dat het middelpunt vormt van een wetenschappelijk debat over het leven in bomen, vermoedelijk zelf stierf aan de verwondingen die ze door een val uit een boom had opgelopen", besluit Kappelman.