Sociale partners bereiken loonakkoord

De vakbonden en de werkgevers hebben gisteravond een nieuw loonakkoord bereikt. De lonen in de privésector zullen dit en volgend jaar met 1,1 procent mogen stijgen, bovenop de automatische verhoging door de indexering. De bonden moeten de teksten nu voorleggen aan de achterban voor de definitieve goedkeuring.

De zogenaamde Groep van 10 zat voor het finaal overleg sinds gistermiddag samen op de hoofdzetel van het Verbond van Belgische Ondernemingen in Brussel. Ze hoopten een nieuw interprofessioneel akkoord voor de periode 2017-2018 rond te krijgen.

Belangrijkste punt van de discussie was de loonmarge, met de centrale vraag: hoeveel mogen de lonen dit en volgend jaar stijgen, bovenop de automatische index? Rond 23 uur gisteravond was de kogel door de kerk. De lonen in de privésector zullen dit en volgend jaar met 1,1 procent mogen stijgen bovenop de automatische indexering. 

Andere marge
In principe moesten de vakbonden en de werkgevers het dus eens geraken over de reële loonstijging voor de komende twee jaar. De lonen van iedere werknemer worden namelijk al automatisch verhoogd als de producten en diensten in de winkels duurder worden (inflatie), wat we de automatische indexering noemen. De werknemers kunnen met dat hogere loon niet meer kopen dan voordien, aangezien het leven net duurder geworden is.

De vakbonden en de werkgevers probeerden nu te bepalen hoeveel de lonen de komende twee jaar mogen stijgen bovenop die automatische indexering. Dat 'extra' loon zorgt er wél voor dat de mensen meer koopkracht hebben dan voordien. 

En daar knelde precies het schoentje. De vakbonden vonden dat de brutolonen de komende jaren met 1,2 procent moesten stijgen, maar de werkgevers daarentegen vonden dat te veel. Zij vroegen om een lagere loonmarge van 0,9 procent.