Lege kist op uitvaart? Geen straf

Een begrafenisondernemer die het lichaam van een 74-jarige vrouw liet cremeren vooraleer de kerkelijke uitvaartplechtigheid plaatsvond, is vrijgesproken door het hof van beroep in Gent. Het hof oordeelt dat een stoffelijk overschot geen handelsgoed is en er dus ook geen sprake kan zijn van misbruik van vertrouwen. 

De uitvaartplechtigheid van de gelovige vrouw vond in februari 2012 plaats. De familie wist toen niet dat ze afscheid namen van een lege kist. Omdat de begrafenisondernemer uit het Oost-Vlaamse Wachtebeke heel snel na het vertrek naar het crematorium al terugkwam met een urne, stelden de nabestaanden zich vragen. De begrafenisondernemer bekende uiteindelijk dat hij de crematie op voorhand had laten plaatsvinden. Hij werd door de rechtbank van eerste aanleg veroordeeld tot drie maanden cel met uitstel en een effectieve geldboete van 600 euro, maar ging in beroep. 

"Voorwerp van handel"
De man werd nu vrijgesproken in beroep. "Een stoffelijk overschot kan geen voorwerp zijn van het misbruik van vertrouwen, het is immers geen voorwerp van handel", oordeelde het hof. "Er kan dus ook geen sprake zijn van een misdrijf." De nabestaanden kunnen voor een burgerlijke rechtbank eventueel wel nog een schadevergoeding eisen.